Blog Erik Jan Bakker

Blog 10 november 2016

Ik wil met de school stevige leerlingen aan het hbo afleveren. Dat betekent van alles, o.a. dat we de leerlingen moeten helpen besef van urgentie te verwerven. Stel het je voor: een havo bovenbouw leerling op maandagochtend 1ste uur met besef van urgentie. Veel fantasie nodig? Maak hem even wakker die leerling. Natuurlijk is er het volgende uur dat proefwerk wiskunde. Ja, er is voor geleerd. Of zoiets herinnert hij zich toch. Of zijn buurvrouw, want zij is al echt wakker en voelt wat paniek opkomen. Hij is er nog niet helemaal bij, vrees ik…

Die situatie zien en dat dan verbeteren door invloed uit te oefenen op het getoonde pubergedrag, dat we als volwassenen soms nog wel eens vaag herkennen als iets wat we –zelf puber- ook wel … eh om ons heen zagen. Zelf waren we niet zo, toch! Mooie uitdaging, elke dag weer. Als het over besef van urgentie gaat, niettemin niet onbelangrijk. Dat hebben is stevig gekoppeld aan succes op de langere termijn. Dit betekent voor docenten uiteindelijk de handschoen oppakken en blijven proberen de goede pedagogische keuze te maken tussen vertrouwen geven en verantwoording vragen. En tussen ook eens iets door de vingers zien en op de blaren laten zitten. Die keuze is dan steeds gestuurd vanuit kennis van wie de leerling is en waar die zich bevindt in zijn ontwikkeling. Indien goed uitgevoerd brengt dit niet teveel opgeheven vingertjes met zich mee, maar wel veel gesprekken vanuit empathie en het vermogen om hen (zo nodig vaker) op het goede spoor te zetten.

Dat goede spoor moet uiteindelijk zijn dat ze leren regie te nemen over hun leerroute, waarmee meteen de succeskans fors wordt vergroot. Dit is waar sommige landen (en in ons eigen land ook al enige scholen) mee experimenteren en soms verrassend goede resultaten mee boeken. En dan bedoel ik niet alleen examenresultaten, waar je immers maar een deel van de waarheid in terugziet. Het zit hem ook in dat we leerlingen helpen om creatieve probleemoplossers te worden. Zo iemand word je door een mengsel van kennis en vaardigheden, een duo waarvan ik verwacht dat het in de toekomst wel eens andersom zal komen te staan: vaardigheden worden écht steeds belangrijker.

Daarom besteden we serieus aandacht aan vaardigheden, eigenlijk met alle vakken. Onlangs hebben we van onze neerlandici nog eens goed gehoord hoe het zit met presentatievaardigheden. Maar ook de hbo-vaardigheden komen met regelmaat aan bod. De school is hier niet automatisch op ingesteld. Wij komen immers zelf vanuit een systeem dat andere prioriteiten stelde en andere doelen nastreefde. Mijn doel is daarom: in Oss de school te worden waar we op een goede manier het systeem opschudden en gereed maken voor de toekomst. Met “future skills” dus, zoals hierboven bedoeld.

Voor mij is met dit soort dingen aan de gang zijn de ene dag urgenter dan de andere. Laatst voelde ik hem weer eens heel sterk. Dat kwam door een twaalftal gesprekken met examenkandidaten die bij een vak een inlevertermijn hadden overschreden en dus tegen een maatregel aankeken (herkansing inleveren). Prima kinderen die door een mengeling van nonchalance, pech, gebrekkig organiseren, slecht lezen kennelijk niet erg de urgentie hadden gevoeld, zodat ze zich beter hadden gehouden aan deadlines. Goede gesprekken waren het eigenlijk, want het bleek dat ze toch echt allemaal wilden behoren tot de 9 % (!) van de studenten die, gerekend vanaf havo 4, in de reguliere tijd van 6 jaar hun bachelor op het hbo halen. Dus ze snapten heus wel waarom ik zout legde op deze slak: discipline moet je leren! Deadlines niet honoreren wordt op het hbo behoorlijk radicaal afgestraft, vermoedelijk omdat het hebben van de nodige discipline gewoon een minimale voorwaarde is voor succes in welke richting dan ook. Conclusie voor mij was in elk geval dat je hoe dan ook beter op de middelbare school een keer op de blaren kunt zitten (een herkansing inleveren) dan in het hbo een jaar verliezen! En nu kun je weer bij de eerste regel beginnen te lezen. Gewoon, tot je de urgentie ook voelt!

Blog 9 20 juni 2016

Nu het CPB geen verkiezingsprogramma’s meer mag doorrekenen (werkelijk?) heeft het kennelijk tijd over om zich eens over het onderwijs te buigen. En zo lazen we vorige week een rapport waarin diverse onderzoeken worden doorgelicht over nuttige interventies (of niet) in het onderwijs en de betaalbaarheid daarvan (of niet). In de kortste weergave van dat rapport (m.a.w. in de krantenkoppen) ging het al gauw over juist wél vroeg op niveau selecteren, omdat dit toch beter is voor het te behalen niveau van de leerlingen. En dat terwijl de inspectie in een rapport een aantal weken juist het omgekeerde beweerde als het ging over kansen creëren voor leerlingen. Nou ja, zo kan iedereen voor alle bestaande opvattingen over ‘goed onderwijs’ weer iets van zijn gading vinden in de onderzoeken, of liever in de matig wetenschappelijk onderbouwde communicatie daarover. Hoeveel er werkelijk gelézen is in de publicaties zelf kun je je afvragen en op twitter werd die vraag bij het CPB-rapport dan ook dezelfde ochtend nog gesteld. Het is meestal vooral beeldvorming die overheerst. Die duurt dan een paar dagen, en daarna is er weer ander nieuws belangrijk(er).

Wat kunnen we ermee? We komen volgens mij nog altijd het verste als we de aloude waarheden tegen het licht blijven houden over wat er werkt en wat niet en laten we daar vooral gedegen onderzoek naast houden. Wat ook werkt is goede vragen blijven stellen: wat is essentieel in de lesstof, al dan niet afdoende verwoord in eindtermen/kerndoelen? Hoe kun je dat vertalen naar leerlingen, al dan niet in goed verwerkt in methodes/eigen materiaal? Hoe motiveer je leerprocessen, door al dan niet in te spelen op growth/fixed mindset. Spiegel je voorlopige antwoorden aan je eigen lespraktijk, en toets dit alles ten slotte aan de waarneming van anderen. Leer!

Een beetje gevoel voor de juiste proporties van onderwijsopvattingen (nooit áf, en maar zelden evidence-based vastgelegd!) is daarbij niet verkeerd. Datateams waren (en zijn) in gevallen van twijfelachtige beeldvorming soms ontnuchterende leveranciers van feiten. En je moet dus een rapport eigenlijk ook echt van kaft tot kaft lezen om te weten wat er nu werkelijk staat. Je zult zien dat dit nogal eens verschilt van wat er in het doorvertellen van gemaakt wordt. En anderzijds is soms het onderbuikgevoel van een ervaren docente echt een stuk dichter bij de waarheid dan opgetelde getallen uit een CITO-Vas toets… Kortom: geef nuance de ruimte en neem de tijd om die te vinden.

Beeldvorming vind ik hoe dan ook meestal een plaag. Beeldvorming over een leerling (“Die hoort hier niet”), over een docent (“die kan gewoon niet lesgeven”), over collega-scholen (“daar worden leerlingen gewoon opgegeven nog voor er iets met hen geprobeerd is”): in dat koor meezingen levert vaak tenenkrommend valse taferelen op en dat verschijnsel moeten we uitbannen. Liefs vlug!

Blog 8 3 juni 2016

Je kunt als school de mooiste plannen ontwerpen, in overleg met je werknemers, met je MR en, we nemen de Ouderraad ook nog even mee. Input, nuttig en mooi en vol betrokkenheid komt van alle kanten op je af. Mooi proces! Precies zo zijn we nu aan de slag met ons toekomstperspectief: een kansrijke school waarin we onszelf willen kunnen herkennen en die onze leerlingen biedt wat ze nodig hebben voor een succesvol vervolg op het hbo. De wortels van de school gaan terug naar de Vincent van Gogh havo. Indertijd een begrip (met enige rebelse trekjes die “een” van Gogh zouden hebben aangesproken). En kijk, we worden in al onze plannen weer net zo’n havo-specialist bij uitstek, alleen nu als BYOD-school met de toeters en bellen van de 21ste eeuw…

Juist als dat allemaal zo mooi op papier staat en natuurlijk minstens even mooi in de komende jaren gestalte gaat krijgen, klopt er een van onze docenten aan. Of nee, die loopt binnen, want bij mij staat de deur uiteraard als het even kan voor iedereen open. Of ik al wist wat 6 meiden uit haar klas hadden gedaan? Nee, zeg ik, niet meteen het ergste vrezend, maar toch… Nou, ze hadden een onderneming opgericht, een nagelstudio met website en al. Vond ik dat niet leuk?

Hoe leuk ik het vond, bleek binnen 5 minuten. Want zo kort hadden de 6 dames slechts nodig om na mijn uitnodiging bij mij binnen te wandelen en te vertellen wat ze toch allemaal voor moois bedacht hadden. Ik had spontaan spijt dat mijn eigen nagels een al te schraal object waren voor hun ondernemingslust! Gelukkig zijn er docentes en dames-teamleiders meer dan bereid voor de eerste inkomsten te zorgen. Bovendien zijn er kortingsregelingen, zo bleek al gauw uit de enthousiaste presentatie! Natuurlijk wisten deze levenslustige brugklassers van geen schoolplan met bedrijfskennismakingen vanaf klas 1 en hbo-competenties die we in onze lessen willen integreren. En van een businessplan hadden ze ook nog nooit gehoord. Maar de focus-dingetjes in ons onderwijs: je kunnen presenteren, ondernemend zijn en creativiteit gebruiken, dáár hoefde je het zestal weinig over te vertellen. Dat snapten ze zó wel!

Na afloop pakte ik dat schoolplan nog maar eens, verbeterde een zin, voegde nog een mooie mededeling over facilitering toe en tegelijk dacht ik: zonder dit plan komen die meiden er ook wel! Alleen, ze zullen wél een keer dat businessplan moeten leren opstellen… Het werd een mooie dag, op deze manier. En omdat het met de formatie even tegenviel was het allermooiste nog dat een dag later een volgend stel brugklassers (een kwartet ditmaal) hun eigen bedrijfje wilden komen presenteren rondom een app waar ze zes maanden aan geknutseld hadden. Lichtelijk op hun tenen getrapt dat de nagelstudio hen vóór was geweest. Misschien dat de zes dames ook teennagels een keer een gratis beurt willen geven om dat goed te maken?

Foto4 EJ
Foto5 EJ

Blog 7. 18 januari 2016

Ik heb de Bildung scheurkalender op mijn bureau liggen die er elke dag voor zorgt dat ik al meteen aan het begin van de dag even aan het denken word gezet. Vandaag gaat het over die moeder die haar schoolzieke zoon twee goede redenen geeft om toch te gaan, ondanks het pesten en het uitlachen. Reden 1: hij is nu 44, reden 2: hij is de directeur.

Een oude grap met als moraal –blijkens de toelichtende tekst althans- dat we zuinig op elkaar moeten zijn. Die moraal is m.i. wat minder oud en in elk geval nog niet in alle culturen gemeengoed. Wat niet betekent dat het zuinig zijn (op elkaar) niet zeer nastrevenswaardig is. Een andere vorm van zuinigheid kwam dit weekend voorbij. Bepaald niet zuinig is de gemeente Rotterdam die docenten (in tekortvakken, naar ik begrijp) met bonussen tot € 5000 naar de havenstad lokt. In de 4 grote gemeenten (met ommelanden) is indertijd de functiemix een jaar eerder ingevoerd, ook al met de bedoeling docenten die kant op te krijgen. Dat effect, áls het er al ooit was, is kennelijk uitgewerkt.

Van de functiemix kun je heel wat vinden, maar in elk geval betekent het voor veel docenten een beter salaris. Maar bonussen…? Moeten we dat nu willen? Ik gun Rotterdam zijn goede docenten. Je hoeft Superschool van Eric van ’t Zelfde maar te lezen om zeker te zijn, dat de leerlingen daar docenten hard nodig hebben en goeie ook! Maar een dergelijk mooi financieel gebaar is alleen maar écht mooi, als de minister inziet hoe zwaar het lerarenberoep is, ook buiten Rotterdam en daar geld tegenover stelt waarmee een goede CAO te maken valt. De verlaging van de pensioenpremie waarmee een deel van de jarenlang uitgebleven salarisverhoging betaald had moeten worden, blijkt intussen een verhoging te zijn. In Den Haag klinkt hierop, voor zover ik weet, alleen maar oorverdovende stilte.

Veel docenten werken keihard en zeker jonge docenten moeten daarbij behoorlijk zuinig leven, straks met studieschuld erbij helemaal. We weten allemaal hoe belangrijk voorbeeldgedrag is. Als we willen dat die docenten zuinig op hun leerlingen zijn, moet het voorbeeld gegeven worden door overheden. Oftewel: wees zuinig op docenten! Rotterdam geeft het goede voorbeeld. Nu de overheid nog.

Blog 6. 21 november 2015

"To boldly go, where no man has gone before"

Als het moet kunnen we iets vieren. Het mag weliswaar niet teveel lijken alsof je jezelf op de borst klopt, maar een echt bijzondere prestatie mag enigszins in het zonnetje gezet worden. Om dat te leren hoef je niet naar Canada. Misschien wél om tot je verbazing te horen dat je het falen moet vieren! Docenten die echte risico's aangaan, en daarmee laten zien dat ze bereid zijn te leren van alles wat dan fout kan gaan, en ook prompt fout gaat in tenminste een aantal gevallen, juist die mogen gerust een feestje vieren.

Dat is maar één van de soms merkwaardige losse opmerkingen die ik teruglees in mijn aantekeningen van vandaag, en die toch aan het denken zetten. De opmerking (van Alan November) werd gemaakt in de context dat leerlingen die het heft in handen mogen nemen van hun docenten, het juist meestal verrassend goed doen. Daar gaat niet eens zoveel fout, zo blijkt, en anders is ook dat nog reden genoeg voor een feestje. Alan November had wel meer wonderbaarlijke zaken op zijn lever en kwam met ronduit geweldige voorbeelden, waar je onmiddellijk mee aan de slag kon. Alleen al wat hij over Googlegebruik vertelde en demonstreerde was verrassend nieuw. Althans nieuw voor mij. Hij suggereerde dat elke docent de trucjes die hij liet zien wel zou kennen, maar toen ik om me heen keek, werd ik vrij snel gerustgesteld.

Ondertussen kaartte hij wel een aantal wezenlijke zaken aan, die ons bevestigden in de gestaag groeiende overtuiging dat sinds het internet bestaat in onderwijs eigenlijk niets meer hetzelfde is. Terecht stelt hij bijvoorbeeld dat opdrachten die we in het internettijdperk de leerlingen geven, moeten leiden tot hogere orde denken en van een heel ander kaliber moeten zijn, wil het tot echt leren leiden. En gelukkig liet hij meteen zien dat dit ook kon. Dat alles deed hij ook nog eens op soms hilarische wijze. Ik moet nog kijken of zijn website je daarvan laat meegenieten, maar het zou me niet verbazen.

Zijn boodschap was om leerlingen te leren goede vragen te stellen. En ook: hun te leren die vragen goed te stellen, bijvoorbeeld aan Google! Zijn demonstraties van wat zoekmachines in minder dan een seconde aan informatie opleveren waren ondertussen verbijsterend, maar je moet wel een aantal zaken weten en kunnen, als het over zoekmachines gaat. Technologie is werkelijk een wonderbaarlijk middel en, mits goed gebruikt, ook van een ongekende kracht. Je kunt leerlingen bijbrengen hoe ze hun eigen leraar kunnen worden en die van anderen. Een meisje uit groep 4 of zo had eenvoudige, maar goede filmpjes over rekenen op YouTube staan die door meer dan 58.000 anderen waren bekeken, uit landen over de hele wereld. Toen hij haar dat liet zien, bleek dat ze daar geen idee van had, maar ze ging onmiddellijk weg. Niet omdat ze boos of beledigd was, maar om nog zo'n filmpje te gaan maken, want "the world needs me". Het was een ongekende schoonheid dit voorbeeld. Educatieve schoonheid bedoel ik.

Zoiets kan namelijk alleen maar dankzij de verbondenheid die het internet tot stand brengt. Er zijn geen diploma's, al of niet maatwerk, nodig om het net op te kunnen. En daar kun je dan vervolgens eindeloos veel online cursussen volgen op elk gewenst niveau: ook op Harvard of Yale. De revolutie die het internet teweeg bracht bestaat dus hieruit: het massaal beschikbaar zijn van informatie, die zo volop vindbaar is (als je het je leerlingen leert die te vinden en te filteren), dat je curriculum echt niet alles meer hoeft te bestrijken. Of eigenlijk is dát dus de revolutie: je hebt de docent niet meer nodig voor het curriculum, maar voor het goed vinden, goed interpreteren en te filteren. Voor het leren leren dus, het leren stellen van goede vragen. Niet alleen aan de docent, je medeleerlingen, of aan jezelf, maar dus ook aan Google! Dat betekent dat ook docenten snel (weer) lerenden moeten worden! We moeten ons beeld van leren herzien. Niet voor de eerste keer deze week werd ik met mijn neus op dit feit gedrukt. Goed reflectiemomentje toch weer.

Alleen al dat soort verhalen -en de geweldige manier waarop November zijn verhaal bracht- was dan ook een waardevolle leeropbrengst van deze dag. Maar met nog een paneldiscussie ter afsluiting van Quest, onze eigen evaluatie van de reis en nog een ontmoeting met een schoolleider uit Toronto voor alle vragen die we nog niet beantwoord hadden gekregen, was het uiteindelijk ook mooi geweest voor deze week. Ik laat hier dus even zitten dat ik trouwens ook nog een workshop heb gevolgd onder de titel "to boldly blog..."  Dit reeksje van blogs moet wat dat aangaat maar voor zich spreken.

Blog 5. 20 november 2015

Zoektocht

Quest betekent zoektocht. Ik heb dat woord voor het eerst gezien in Tolkien, denk ik, toen het ging over de queeste. De conferentie die we in Toronto bezoeken, en die hier jaarlijks rond deze tijd wordt gehouden, heet Quest. Het verwijst naar de zoektocht die het maken van goed onderwijs per definitie is. Je bent in de ban van onderwijs onderweg naar het ideaal, maar je bent er nooit. Je pad is steeds aan onderhoud toe, en soms moet je van het pad af of op zoek naar nieuwe wegen. Dat was vandaag echt wel het thema bij uitstek.

Zo'n conferentie ontleent zijn waarde vaak aan de Keynote-sprekers, de namen waarmee je goed voor de dag komt. In Toronto is dat bijvoorbeeld Michael Fullan, die gisteren al sprak (toen wij er nog niet waren dus). Maar vandaag hadden ze ook een tweetal "kanonnen" paraat. Will Richardson op de ochtendsessie, en 's middags was het Alec Couros die het publiek aan het denken zette en trouwens ook aan het lachen maakte. Want spreken kunnen ze hier wel! Gekoppeld aan een powerpoint zoals een powerpoint moet zijn, dus aanvullend qua beeld en liefst ook vaak enigszins verrassend, en gelardeerd met filmpjes en persoonlijke verhalen, slepen beide sprekers hun publiek mee in gloedvolle betogen waar je niks tegenin kunt brengen. Althans op dat moment denk je dat en wil je meteen het hele onderwijs op zijn kop zetten, omdat nú pas echt duidelijk is dat verandering onvermijdelijk is. In beide Keynotes was dat wel een waarneembaar effect op het publiek (staande ovatie). 

Na enige tijd sta je toch weer met beide benen op de grond. Je maakt voorzichtig de balans op van wat er aan ideeën is blijven hangen. Hoe meer er beklijft, hoe beter de inhoud. Maar hoe uitdagender dan vaak de uitdaging is om de vernieuwing die nodig wordt geacht in praktijk te brengen. Zowel Richardson als Couros lieten op krachtige manier en met mooie voorbeelden zien, dat de wereld van het leren ingrijpend is veranderd. "Deep learning in a digital World", het thema van Quest, vraagt heel ander soort nadenken over leren dan we gewend zijn. Scholen zijn eerlijk gezegd nauwelijks nog serieus te nemen als dé plek waar het leren plaatsvindt, zeggen zij. Een leerling leert -als gevolg van beschikbare technologie- overal en altijd en het maakt niet uit van wie. Zijn docenten zijn intussen ook allang niet meer zijn beste leraren! Dat leerlingen op school dan niet meer volledig aanhaken is daar een logisch gevolg van. De opdracht van een school is vooral om leerlingen te helpen door middel van het leren, zoals leerlingen dat willen, tot bloei te laten komen in de wereld. Daartoe moeten ook leraren weer mee gaan leren, al is het maar omdat voor hen die wereld met internet ook niet meer dezelfde is. We hoorden gelukkig ook voorbeelden van waar het al lukt om het zo anders te doen.

Couros zei het duidelijk: we leven in een tijd van afleiding. Maar social media zijn tegelijk ook een krachtige bron van samenwerking, van netwerken: precies dat waar de toekomstige lerenden (en ook die van nu, mits we het toelaten) het van moeten hebben. Alle kennis is in netwerken beschikbaar, en leren doe je vervolgens dus "just in time", dus als je het ook echt gaat gebruiken, liever dan "just in case", zoals wij het ooit moesten leren. Zulke voor het geval dát-kennis wordt maar zelden en nog vaker nooit nuttig of bruikbaar. En daar komt bij dat we, met de kennis zoals we die nu aanbieden, de leerlingen voorbereiden op een wereld die straks niet meer bestaat. Werk aan de winkel!

Na zulke confronterende uitspraken moesten we wel even bijkomen. Bovendien hoopten we op een afzonderlijke ontmoeting met Michael Fullan. Gisteren was dat nog een onzekere factor, maar het lukte! Hij had in de loop van de middag een uur de tijd voor ons en ging op alles in wat wij hem maar wilden vragen. Hij gaf aan wat voor routes er konden zijn naar die nieuwe pedagogiek, zoals hij het noemde en waar al flink wat successen mee werden geboekt, overal waar het werd ingezet (Nieuw-Zeeland, Californië, en Canada zelf). Hij heeft naar het schijnt ook met Sander Dekker gesproken. Misschien moet ik die toch maar eens bellen met de vraag of die zich daar nog iets van herinnert, want er is nog niet veel van te merken. Maar bij mij merk ik wel iets. Hoe lang dat blijft? Langer dan bij Sander Dekker?

Morgen nog een conferentiedag. We zoeken verder!

Blog 4. 19 november 2015

Believers

Kun je als directeur van een VO-school ook nog iets leren van een lagere school? Eentje in Canada bijvoorbeeld? Vandaag kreeg ik daar een antwoord op. De Irma Coulson Public School staat in Milton en is drie jaar geleden opgericht met 750 leerlingen, die -aldus de directeur, "mister Matthews", van 7 uitstekende andere scholen kwamen. Hij had met zijn medewerkers dus wel iets te bewijzen aan die nieuwe leerlingen. Drie jaar verder lijkt het erop dat hij het inderdaad bewezen heeft: 1050 leerlingen intussen, die samen opgeteld 37 talen spreken, vinden althans van wel, zo bleek tijdens ons bezoek. 

Hij bouwde met zijn team van "believers", zoals ze zichzelf noemden, vol passie aan een school die predikt dat "iedereen excellent kan worden", omdat ze geloven "in de kracht van de leerling". Mooi gezegd, maar je moet vervolgens wél duidelijk maken wat je daarmee bedoelt. Heel concreet werd de pretentie vormgegeven doordat leerlingen werkelijk meedenken, en werkelijk serieus genomen worden. Suggesties van de stafleden over wát er zou kunnen gebeuren of wát er gedaan kan worden, brengt de leerlingen steevast tot antwoorden over het waarom en het hoe. De gedachte "iets" te doen voor de Syrische vluchtelingen levert dan al gauw op dat een groep 8 zelf vervolgens alles bedenkt en uitvoert en daarmee de hele gemeenschap om de school heen weet te mobiliseren. En met het verslag daarover aan de Nederlandse bezoekers vandaag, gedaan door de hele groep met een rol voor iedereen, wisten zij ons hart te stelen. 

Ons hart was trouwens al eerder gestolen door de schoolambassadeurs: leerlingen die in tweetallen groepjes van 5 bezoekers rondleidden in hun school. Dat verschijnsel van rondleidende leerlingen is van ons open dagen niet onbekend, maar ik vraag me af of dat daar ooit met eenzelfde passie gedaan wordt als in mijn geval gebeurde door twee Hindoestaanse meisjes voor wie Engels hun tweede taal is. Het oudste meisje hielp zo ongemerkt mogelijk haar ietwat verlegen jongere klasgenootje als die soms even niet goed uit haar woorden kwam. Samen brachten ze zo iets moois tot stand.

In de vriendelijke sfeer waarvan de school doordrenkt lijkt te zijn werd ons duidelijk gemaakt, dat het erom gaat te inspireren. De inspiratie voor de schoolleider, mister Matthews, kwam van een boek van Mawi Asgedom. Het verhaalt van een jongen die vanuit een vluchtelingenkamp uiteindelijk als succesvol student in Harvard eindigde. Ik heb de graduation-speech van die jongen via Twitter ooit een keer gezien, herinner ik me nu. Die inspiratie brengt mister Matthews ertoe de leerling altijd kansen te geven, hij willigt al hun verzoeken in: make it happen! En wat is hij -met zijn mensen- trots op wat er dan keer op keer aan bijzonders ontstaat! 

De groep 8 leerlingen gaven ieder van ons een exemplaar van het boek, zoals mister Matthews ieder van deze leerlingen het boek overigens ook al eens had gegeven. Voor hem was het een allesbepalend boek geworden. Voor deze groep 8 leerlingen is het begin gemaakt, zo zou je kunnen denken. En nu ben ik dus benieuwd wat het bij mij teweeg brengt, op deze manier een leerling van mister Matthews te zijn, de zwarte directeur van de Irma Coulson Public School, zelf zo te zien nog geen 35 jaar oud...

Blog 3. 18 november 2015

White Oak Secondary School

Met uitzondering misschien van scholen in de Randstad stellen in Nederland integratieproblemen weinig voor als het het vergelijkt met waar Canada mee worstelt. Daar waren we vandaag in een school waar in de aula 56 vlaggen hangen: symbolen van de verschillende nationaliteiten van de leerlingen die er nu zitten. We zagen volle klassen met leerlingen die allemaal Engels als tweede taal hadden: leerlingen die allemaal pas deze zomer in Canada waren aangekomen! Dat gaat zo al jaren. De school was voor 1400 leerlingen gebouwd, er zitten er nu 1900 en ze verwachten er over 5 jaar 2300 te hebben. 

Ondertussen is ook Canada in afwachting van 25.000 vluchtelingen die de nieuwe premier Trudeau heeft toegezegd te zullen opnemen. Waar die gaan wonen is nog de vraag. Trudeau lijkt daar nog niet over nagedacht te hebben, maar over het onderwijs hoeven ze zich alvast geen zorgen te maken. De nieuwe Canadezen zullen allemaal trots worden op het feit dat ze in Canada wonen en er is heel wat mankracht om hen door de elementary en secondary schools te loodsen. Het is prachtig om te zien met hoeveel energie er wordt ingezet om hun het besef bij te brengen van waar ze zich gevestigd hebben. Het gaat hun gewoon lukken, hier op White Oaks secondary school, die we vandaag bezochten. 

Equity (billijkheid) is hier een kernbegrip in het onderwijs. Billijkheid op verschillende onderwerpen: van niet-pesten en aandacht voor de oorspronkelijke bewoners van Canada (de natives, zoals de Inuit-Eskimo's) tot en met het op de school een veilige plek creëren voor lesbisch/homo/trans leerlingen. Met 56 verschillende culturen (waaronder veel moslims) in je klassen geen eenvoudig opgave. Wat bijvoorbeeld te merken was toen de school ook transgendertoiletten instelde...

De principal, John Stevie (Nederlandse grootmoeder, Russische vader), droomt ondertussen van de mogelijkheid om leerlingen helemaal zelf te laten bedenken, hoe zij hun leertrajecten helemaal zelf mogen invullen; van een curriculum helemaal in de vrije natuur voor leerlingen met gedragsproblemen en van eh... alle examenopgaven van docenten opslaan in de bibliotheek, voor iedereen ter inzage! Hij mag die dromen hebben, want passend onderwijs is al helemaal geïntegreerd: blinde kinderen, down-syndroomkinderen, kinderen met gedrag- en leerproblemen: ze zijn er net zoals bij ons, maar gewoon opgenomen in het reguliere onderwijs. Anders dan wij hebben de Canadezen dan ook geen 800 scholen voor speciaal onderwijs, maar slechts 5 in Ontario. Daarom kan hij ook 37 onderwijsassistenten betalen die deze leerlingen, soms in iedere les, begeleiden. 

Deze directeur was al over de 60, zijn pensioen is nog een jaar of drie weg. Hij kent 1000 van zijn 1900 leerlingen bij naam, neemt na 20.00 uur zijn telefoon niet meer op en kijkt dan ook niet meer in zijn mail. De leeftijd van zijn docenten (175 totaal, 150 daarvan met een volle baan) is gemiddeld 32, dus voor hen lijkt John Stevie "old school". Wat hem betreft wil hij nog wel een andere school gaan leiden. Maar die mag wel iets rustiger zijn. Alleen zijn jonge staf lijkt nog helemaal niet van plan hem te laten gaan, gezien zijn score op de evaluatie bij zijn (hele) personeel. White Oak Secondary School: wie in de buurt is moet maar eens gaan kijken. 

Blog 2. 17 november 2015

Steve Joordens

Hoewel voor velen in Toronto ongetwijfeld de grote parade met de entree van Santa Claus het hoogtepunt van afgelopen week was, keek ik vooral uit naar de kennismaking met Steve Joordens op de University of Toronto. Deze sympathieke prof, zoon van Nederlandse ouders, bleek een vlotte motorrijdende vent op gympies te zijn, wiens gitaaroptredens met zijn coverband in de pauzes het scherm vulden. Geen doorsnee, dat werd meteen duidelijk. Zijn populariteit bij studenten is groot, vooral ook omdat hij de moeite doet hen echt uit te dagen, zo hoorden we studenten tijdens onze lunch vertellen.

Voor Joordens is een viertal zaken in onderwijs klip en klaar. 1. Het gaat niet alleen om kennis, maar ook een aantal vaardigheden wordt steeds belangrijker. 2. Technologie gaat niet meer weg uit het onderwijs, dus doe daar dan maar je voordeel mee. 3. Leerlingen vinden ons systeem en het curriculum saai, dus bedenk maar iets om hen weer te binden. 4. Docenten worden door het systeem evenmin uitgedaagd, dus zorg ervoor ook hun creativiteit te revitaliseren. Er moet dus echt iets gebeuren om de leerlingen (en docenten) van nu stevig de 21ste eeuw in te helpen. Forse uitspraken dus en toen waren we nog maar net 10 minuten aan het luisteren. De verwachtingen ten aanzien van hoe PeerScholar hier een rol in zou kunnen spelen werden daarmee alleen nog maar hoger gespannen.

We hadden daar gedurende het eerste uur intussen onze eigen ervaring mee opgedaan. Vooraf hadden we namelijk als opdracht een tekst geschreven en daar werd nu in een digitale omgeving PeerScholar op losgelaten. Wat dat inhoudt is ongeveer dit: op ieders opdracht werden door ons anoniem reviews gemaakt die uit drie onderdelen bestaan: een score op een schaal van een tot vijf sterren; je gaf 1 ding aan dat je heel goed gedaan vond; je gaf 1 ding aan dat het echt beter zou maken. Zelf had je overigens al eerder je eigen werk ook al een score toegekend.

Met die feedback kon je aan de slag. Het lezen van de meningen van de anderen is spannend en confronterend. Maar je gaat wel analytischer kijken naar je eigen tekst als je immers net zelf ook 3 reviews van anderen hebt gemaakt. Je kritisch denken wordt zo geoefend, alsof je je eigen leraar bent geworden. Je creativiteit was in beeld toen je verbetervoorstellen gaf, de manier waarop je die geeft (en zelf van anderen ontvangt) doet een beroep op je communicatief vermogen. Het voor en met anderen aan het resultaat werken kun je als samenwerken bestempelen. Kortom: het lijdt geen twijfel dat hier een aardige stukje training van maar al te belangrijke vaardigheden aan de orde is! En als je dat structureel doet veranker je de betrokken vaardigheden echt in het leren. 

Interessanter werd het nog toen de suggestie werd gedaan dat de anonieme beoordeling voor leerlingen met (leer)handicaps positief werkt, omdat ze dit als eerlijk (en dus veiliger) ervaren. Even doordenken leidt ertoe, dat je dan ook opeens mogelijkheden voor passend onderwijs ziet, al is dat nog niet echt uitgewerkt. 

Deze technologie maakt het voor leerlingen leuker, voor de docent uitdagender (zeker als ze de opdrachten met elkaar gaan delen wereldwijd), en het vermindert misschien zelfs de werklast van docenten. Misschien is hierbij een toevoeging van mij: uit voorzichtigheid, want voor Joordens gaat het vast dat het voor docenten veel van dat soort voordelen heeft. 

Een volgende versie van peerScholar wordt in februari 2016 geïntroduceerd. Op het Mondriaan hopen we dan al de nodige ervaring te hebben opgedaan.

Blog 1. 13 november 2015

Canada

Van 14 tot 22 november verblijf ik met 30 docenten/schoolleiders/leerlingen in Toronto. Canada heeft –naar het schijnt- een vrij goed schoolsysteem dat misschien niet het meest innovatieve ter wereld is, maar waar bijvoorbeeld de “zelfsturing van leerlingen” behoorlijk ver is ontwikkeld. Dat klinkt als een interessant thema in het kader van Gepersonaliseerd leren, een onderwerp dat sterk in de aandacht staat, ook van ons. Er wordt veel kwaliteit geleverd en dat in een situatie waarbij de overheid top down veel verordonneert, schoolbesturen vooral uitvoerend optreden en vakbonden blijkbaar heel machtig zijn: stakingen die Canada het laatste half jaar hebben geplaagd (en die scholen veel beperkingen oplegden) zijn gelukkig net op tijd voorbij.  

Toronto en omgeving is het (universitaire) zenuwcentrum van onderwijsonderzoek, vooral door de aanwezigheid van (ook internationaal) grote namen in onderwijsland als de hoogleraren Michael Fullan en Andy Hargreaves, beiden in Nederland niet onbekend. De focus in hun werk ligt op (gedeeld) leiderschap (Hargreaves) en ICT-inzet (Fullan), maar zo’n beschrijving doet hun veelomvattende werk meteen te kort. In Canada hebben ze in elk geval opmerkelijke resultaten bereikt en ik ben zeer benieuwd wat ik daarvan in de praktijk van de scholen die we bezoeken zal zien. Verder biedt een grote onderwijsconferentie (Quest), naast tal van interessante workshops, waarschijnlijk gelegenheid om Fullan aan het werk te zien.

PeerScholar (een digitaal feedback-programma waarmee enkelen van ons gaan experimenteren, in 2009 winnaar van de Canadese “National Technology Innovation Award”) is ook in Toronto uitgevonden. We zullen hier de bedenker daarvan ontmoeten, psychologie prof. Steve Joordens. In februari is hij overigens voor de introductie van de nieuwe versie van PeerScholar in Nederland en dan wellicht ook beschikbaar voor een bezoek van Mondriaan docenten die met PeerScholar werken. Al met al genoeg om me op te verheugen dus.

Blog 10 november 2016

Ik wil met de school stevige leerlingen aan het hbo afleveren. Dat betekent van alles, o.a. dat we de leerlingen moeten helpen besef van urgentie te verwerven. Stel het je voor: een havo bovenbouw leerling op maandagochtend 1ste uur met besef van urgentie. Veel fantasie nodig? Maak hem even wakker die leerling. Natuurlijk is er het volgende uur dat proefwerk wiskunde. Ja, er is voor geleerd. Of zoiets herinnert hij zich toch. Of zijn buurvrouw, want zij is al echt wakker en voelt wat paniek opkomen. Hij is er nog niet helemaal bij, vrees ik…

Die situatie zien en dat dan verbeteren door invloed uit te oefenen op het getoonde pubergedrag, dat we als volwassenen soms nog wel eens vaag herkennen als iets wat we –zelf puber- ook wel … eh om ons heen zagen. Zelf waren we niet zo, toch! Mooie uitdaging, elke dag weer. Als het over besef van urgentie gaat, niettemin niet onbelangrijk. Dat hebben is stevig gekoppeld aan succes op de langere termijn. Dit betekent voor docenten uiteindelijk de handschoen oppakken en blijven proberen de goede pedagogische keuze te maken tussen vertrouwen geven en verantwoording vragen. En tussen ook eens iets door de vingers zien en op de blaren laten zitten. Die keuze is dan steeds gestuurd vanuit kennis van wie de leerling is en waar die zich bevindt in zijn ontwikkeling. Indien goed uitgevoerd brengt dit niet teveel opgeheven vingertjes met zich mee, maar wel veel gesprekken vanuit empathie en het vermogen om hen (zo nodig vaker) op het goede spoor te zetten.

Dat goede spoor moet uiteindelijk zijn dat ze leren regie te nemen over hun leerroute, waarmee meteen de succeskans fors wordt vergroot. Dit is waar sommige landen (en in ons eigen land ook al enige scholen) mee experimenteren en soms verrassend goede resultaten mee boeken. En dan bedoel ik niet alleen examenresultaten, waar je immers maar een deel van de waarheid in terugziet. Het zit hem ook in dat we leerlingen helpen om creatieve probleemoplossers te worden. Zo iemand word je door een mengsel van kennis en vaardigheden, een duo waarvan ik verwacht dat het in de toekomst wel eens andersom zal komen te staan: vaardigheden worden écht steeds belangrijker.

Daarom besteden we serieus aandacht aan vaardigheden, eigenlijk met alle vakken. Onlangs hebben we van onze neerlandici nog eens goed gehoord hoe het zit met presentatievaardigheden. Maar ook de hbo-vaardigheden komen met regelmaat aan bod. De school is hier niet automatisch op ingesteld. Wij komen immers zelf vanuit een systeem dat andere prioriteiten stelde en andere doelen nastreefde. Mijn doel is daarom: in Oss de school te worden waar we op een goede manier het systeem opschudden en gereed maken voor de toekomst. Met “future skills” dus, zoals hierboven bedoeld.

Voor mij is met dit soort dingen aan de gang zijn de ene dag urgenter dan de andere. Laatst voelde ik hem weer eens heel sterk. Dat kwam door een twaalftal gesprekken met examenkandidaten die bij een vak een inlevertermijn hadden overschreden en dus tegen een maatregel aankeken (herkansing inleveren). Prima kinderen die door een mengeling van nonchalance, pech, gebrekkig organiseren, slecht lezen kennelijk niet erg de urgentie hadden gevoeld, zodat ze zich beter hadden gehouden aan deadlines. Goede gesprekken waren het eigenlijk, want het bleek dat ze toch echt allemaal wilden behoren tot de 9 % (!) van de studenten die, gerekend vanaf havo 4, in de reguliere tijd van 6 jaar hun bachelor op het hbo halen. Dus ze snapten heus wel waarom ik zout legde op deze slak: discipline moet je leren! Deadlines niet honoreren wordt op het hbo behoorlijk radicaal afgestraft, vermoedelijk omdat het hebben van de nodige discipline gewoon een minimale voorwaarde is voor succes in welke richting dan ook. Conclusie voor mij was in elk geval dat je hoe dan ook beter op de middelbare school een keer op de blaren kunt zitten (een herkansing inleveren) dan in het hbo een jaar verliezen! En nu kun je weer bij de eerste regel beginnen te lezen. Gewoon, tot je de urgentie ook voelt!

Blog 10 november 2016

Ik wil met de school stevige leerlingen aan het hbo afleveren. Dat betekent van alles, o.a. dat we de leerlingen moeten helpen besef van urgentie te verwerven. Stel het je voor: een havo bovenbouw leerling op maandagochtend 1ste uur met besef van urgentie. Veel fantasie nodig? Maak hem even wakker die leerling. Natuurlijk is er het volgende uur dat proefwerk wiskunde. Ja, er is voor geleerd. Of zoiets herinnert hij zich toch. Of zijn buurvrouw, want zij is al echt wakker en voelt wat paniek opkomen. Hij is er nog niet helemaal bij, vrees ik…

Die situatie zien en dat dan verbeteren door invloed uit te oefenen op het getoonde pubergedrag, dat we als volwassenen soms nog wel eens vaag herkennen als iets wat we –zelf puber- ook wel … eh om ons heen zagen. Zelf waren we niet zo, toch! Mooie uitdaging, elke dag weer. Als het over besef van urgentie gaat, niettemin niet onbelangrijk. Dat hebben is stevig gekoppeld aan succes op de langere termijn. Dit betekent voor docenten uiteindelijk de handschoen oppakken en blijven proberen de goede pedagogische keuze te maken tussen vertrouwen geven en verantwoording vragen. En tussen ook eens iets door de vingers zien en op de blaren laten zitten. Die keuze is dan steeds gestuurd vanuit kennis van wie de leerling is en waar die zich bevindt in zijn ontwikkeling. Indien goed uitgevoerd brengt dit niet teveel opgeheven vingertjes met zich mee, maar wel veel gesprekken vanuit empathie en het vermogen om hen (zo nodig vaker) op het goede spoor te zetten.

Dat goede spoor moet uiteindelijk zijn dat ze leren regie te nemen over hun leerroute, waarmee meteen de succeskans fors wordt vergroot. Dit is waar sommige landen (en in ons eigen land ook al enige scholen) mee experimenteren en soms verrassend goede resultaten mee boeken. En dan bedoel ik niet alleen examenresultaten, waar je immers maar een deel van de waarheid in terugziet. Het zit hem ook in dat we leerlingen helpen om creatieve probleemoplossers te worden. Zo iemand word je door een mengsel van kennis en vaardigheden, een duo waarvan ik verwacht dat het in de toekomst wel eens andersom zal komen te staan: vaardigheden worden écht steeds belangrijker.

Daarom besteden we serieus aandacht aan vaardigheden, eigenlijk met alle vakken. Onlangs hebben we van onze neerlandici nog eens goed gehoord hoe het zit met presentatievaardigheden. Maar ook de hbo-vaardigheden komen met regelmaat aan bod. De school is hier niet automatisch op ingesteld. Wij komen immers zelf vanuit een systeem dat andere prioriteiten stelde en andere doelen nastreefde. Mijn doel is daarom: in Oss de school te worden waar we op een goede manier het systeem opschudden en gereed maken voor de toekomst. Met “future skills” dus, zoals hierboven bedoeld.

Voor mij is met dit soort dingen aan de gang zijn de ene dag urgenter dan de andere. Laatst voelde ik hem weer eens heel sterk. Dat kwam door een twaalftal gesprekken met examenkandidaten die bij een vak een inlevertermijn hadden overschreden en dus tegen een maatregel aankeken (herkansing inleveren). Prima kinderen die door een mengeling van nonchalance, pech, gebrekkig organiseren, slecht lezen kennelijk niet erg de urgentie hadden gevoeld, zodat ze zich beter hadden gehouden aan deadlines. Goede gesprekken waren het eigenlijk, want het bleek dat ze toch echt allemaal wilden behoren tot de 9 % (!) van de studenten die, gerekend vanaf havo 4, in de reguliere tijd van 6 jaar hun bachelor op het hbo halen. Dus ze snapten heus wel waarom ik zout legde op deze slak: discipline moet je leren! Deadlines niet honoreren wordt op het hbo behoorlijk radicaal afgestraft, vermoedelijk omdat het hebben van de nodige discipline gewoon een minimale voorwaarde is voor succes in welke richting dan ook. Conclusie voor mij was in elk geval dat je hoe dan ook beter op de middelbare school een keer op de blaren kunt zitten (een herkansing inleveren) dan in het hbo een jaar verliezen! En nu kun je weer bij de eerste regel beginnen te lezen. Gewoon, tot je de urgentie ook voelt!